Leerdoelen bepalen

Voor een mentorles moet je vooraf leerdoelen bepalen. Daarbij kunnen de volgende vragen behulpzaam zijn:

  1. Wat moet de leerling aan het eind concreet weten, kunnen, vinden, willen?
  2. Wat is het minimumcriterium om te kunnen zeggen dat dit is gelukt?
  3. Hoe laat de leerling zien dat hij daaraan voldoet?
  4. Wat moet de leerling doen (leeractiviteit) om dat te bereiken?
  5. Welk materiaal (taken, input, hulpmiddelen, media) is er nodig om dat te kunnen?
  6. Wat moet de mentordocent (vooraf, tijdens en aan het eind) doen om te bewerkstelligen dat de leerling een actieve leerhouding aanneemt?

Het formuleren van concrete leerdoelen voor de les heeft een aantal voordelen:

  • Je kunt goed vaststellen wat je met je les bij de leerlingen wilt bereiken.
  • Je kunt achteraf gemakkelijker vaststellen door middel van toetsen en/of takengesprekken en/of reflecties of het gewenste leerdoel is bereikt.
  • Je krijgt door de leerdoelen betere aanwijzingen voor het kiezen van een geschikte strategie, leermiddelen en werkvormen.

Voor het mentoraat zijn geen leerlijnen. Dat heeft te maken met het feit dat mentorlessen elke keer op maat gemaakt moeten zijn. Er zijn wel jaarthema’s waaraan iedereen zich houdt.