Opbouw van de les

De opbouw van de les is van wezenlijk belang. Die moet je dus goed doordenken. Leerlingen moeten aan de hand van de opbouw van de les weten wat je van hen verwacht. Helderheid hierover motiveert leerlingen, zodat zij aan die verwachtingen kunnen voldoen. In het Daltononderwijs op Helen Parkhurst hanteren we vaak de regel 20/20/20. Dit staat voor 20 minuten uitleg of instructie, 20 minuten zelfstandig werken en 20 minuten samenwerken/samenwerkend leren.

Lesstof op maat

Op Helen Parkhurst willen we zoveel mogelijk rekening houden met de behoeften en kwaliteiten van de individuele leerling. Een leerling op HP is  mede-eigenaar van zijn leerproces. Dat betekent dat de leerling ruimte heeft om keuzes te maken. Docenten bieden die ruimte (waar mogelijk) door te variëren in hun aanbod.

Voor mogelijkheden voor differentiatie klik hier

Differentiatie

Differentiëren betekent dat je als docent rekening houdt met de verschillen tussen leerlingen. Leerlingen verschillen op veel punten van elkaar, maar het gaat bij differentiatie alleen om de verschillen die betekenisvol zijn voor het onderwijs. Je kunt hierbij denken aan verschillen in:

ontwikkelingsniveau
De ontwikkeling van leerlingen verloopt in fasen. Niet alle leerlingen van dezelfde leeftijd zitten in dezelfde fase van ontwikkeling. Het is de taak van de docent om bij de ontwikkeling van het individuele leerling aan te sluiten.

intelligentie
Intelligentie verschilt per leerling. Maar ook de soort intelligentie kan verschillen. Sommige leerlingen zijn sterk in wiskunde, andere leerlingen weer in Nederlands. Weer andere leerlingen hebben moeite met begrijpend lezen of met spelling. Als docent bekijk je welke leerlingen waar goed en minder goed in zijn. Op deze manier weet je welke leerling meer of minder instructie nodig heeft bij een bepaalde les.

leerstijl
De manier waarop leerlingen informatie verwerken en problemen oplossen kan sterk verschillen. Sommige leerlingen leren het beste als de geleerde stof als tekst gepresenteerd wordt, andere leerlingen houden meer van de visuele aanpak (beelden). Bied de stof op zoveel mogelijk manieren aan, zodat je (vrijwel) alle leerlingen kunt bereiken.

leerstrategie
Jan Vermunt, hoogleraar Utrecht, vindt het begrip “leerstijl” achterhaald. Hij zegt: het gaat om leerstrategieën. Daarmee geef je iets meer aan dat een leerling een keuze heeft. Hij onderscheid vier strategieën: reproductief, betekenisgericht, toepassingsgericht en ongericht.
Veel leerlingen kiezen op school strategisch voor de reproductieve strategie want ze hebben aangeleerd dat je daarmee vaak punten scoort.
Een goede school spreekt leerlingen zeer regelmatig op de tweede en derde aan.
Een goede docent voorkomt dat de vierde door een leerling wordt toegepast..

belangstelling
De leefwereld en de behoeften van leerlingen verschillen. Door daar bij aan te sluiten zijn de leerlingen meer gemotiveerd om te leren. Weet als docent wat er speelt bij de leerlingen, zodat je hierop in kunt haken tijdens je lessen.

Er zijn verschillende differentiatievormen:

Niveaugroepen
Leerlingen worden voor een bepaald vak bij elkaar gezet in groepen op niveau. Op deze manier kun je als docent beter aansluiten bij de behoeften van de leerlingen. De instructie en de uitvoering van de activiteit(en) verloopt op deze manier effectiever.

Taken
In de klas kunnen leerlingen taken krijgen/kiezen die zijn afgestemd op hun individuele behoeften. Op deze manier kunnen de leerlingen aan hun eigen ontwikkeling werken, op hun eigen niveau. Zorg er wel voor dat er ook taken zijn die voor iedereen zijn, zodat de verschillen niet te groot worden.

BHV-model
BHV staat voor “basisstof, herhaling, verrijkingsstof”. Alle leerlingen krijgen instructie en maken de opdrachten die daarbij horen. Hierna maken ook alle leerlingen een diagnostische toets (een ontwikkelingsgerichte toets). Op basis van de uitkomsten van deze toets krijgt een deel van de leerlingen herhaalde instructie (deze leerlingen beheersen de basisstof nog niet optimaal) en het andere deel van de leerlingen maken de verrijkingsopdrachten (deze leerlingen begrijpen de basisstof). Na de herhaalde instructie of de verrijkingsopdrachten volgt de evaluatie. Tijdens de evaluatie bekijk je of de leerlingen de doelen hebben bereikt. De leerlingen moeten nu allemaal de basisstof beheersen.
Als geformaliseerd differentiatiemodel is BHV – zo blijkt na alle jaren ervaring – zelden succesvol. Informeel toepassen van bhv is wel nuttig.